Pitfire en Raku

Pitfire
Pitfire is niets anders dan het stoken van werkstukken in een kuil met zaagsel en hout .

De goed gepolijste (zeer belangrijk) werkstukken, uit chamotte klei vervaardigt, worden vooraf biscuit gebakken op 950 °C ( in een elektrische oven). Daarna volgt het meerdere keren overgieten van de werkstukken met een oplossing ( opgelost in water) van kopersulfaat, ijzersulfaat en/of kobaltsulfaat (metaal zouten). Dit om diepere kleuren te krijgen in de vlammen van de Pitfire. 

Kopersulfaat geeft grijze tot rode tinten en kobaltsulfaat geeft grijze tot blauwe tinten. IJzersulfaat geeft beige tot roodbruine tinten.

Het smeulende zaagsel en de inwerking van zuurstof op de stoffen, geeft de natuurlijke kleur en het originele effect op de keramiek. Dit heet een reductiestook.

Wij hebben helaas geen mogelijkheid tot het maken van een kuil in de grond dus doen we het op een andere manier."We bouwen buiten een oven op van stenen".             

Onderin de oven komt een laag zaagsel. Hierop worden de werkstukken gestapeld en de oven verder gevuld met droog hout en zaagsel. Het vuur wordt dan van boven aangestoken en moet naar beneden doorbranden.  Het vuur zal ongeveer 3 uur  branden. Waarna het langzaam uit gaat en het geheel kan afkoelen. 

Na het opbranden van het hout wordt pas zichtbaar wat de vlammen met de werkstukken hebben gedaan. De “oven “kan pas uitgepakt worden als het totaal uitgebrand en afgekoeld is, dit kan 3 tot 6 uur duren, afhankelijk van de grootte van de oven

Schoonmaken en een nabehandeling met was brengt de glans aan het geheel.  

     

Raku
De letterlijke betekenis van het Japanse woord Raku, betekent zoveel als: spelen met vuur: vreugde en geluk (door toeval) en voldoening, maar ook comfort en eenvoud. Het vormde een onderdeel van de theeceremonie in de oude Japanse Zen-cultuur, aan het einde van de 16e eeuw.

Het servies voor de Thee ceremonie werd op deze manier gebakken: door de plotselinge afkoeling in de buitenlucht barst het glazuur, waardoor de theekopjes geen heldere klank meer hebben en dus niet de rust van de ceremonie verstoren.

De laatste jaren wordt de Raku techniek op allerlei vormen van keramiek toegepast en wordt steeds populairder vanwege het mooie onvoorspelbare resultaat.

Bij Raku stoken worden de werkstukken de eerste keer gebakken in een electrishe oven tot ongeveer 940 graden Celsius. Dit wordt de biscuitbrand genoemd.

Hierna worden de werkstukken geglazuurd met speciale Raku glazuren. De geglazuurde werkstukken worden in een speciale gas oven geplaatst die buiten staat.

De oven wordt opgestookt tot ongeveer 1000 graden Celsius.

Met een speciale tang worden de roodgloeiende werkstukken uit de oven gehaald en door de enorme temperatuurschok van 1.000 graden naar omgevingstemperatuur, gaat het glazuur scheuren (je hoort het barsten "tinkelen"). Hierdoor ontstaat het typische craquelé-effect dat zo kenmerkend is voor Raku. De breuklijntjes zijn nog niet zichtbaar.

 Om de breuklijntjes zichtbaar te maken wordt het hete werkstuk in een houtkrullen/zaagselton geplaatst, waardoor het zaagsel door de hitte van het werkstuk vlam vat.

De zaagselbak wordt afgesloten en er ontstaat rookvorming. De rook dringt door in de glazuurscheurtjes waardoor het craquelé zichtbaar wordt. Op die plaatsen waar geen glazuur is aangebracht, krijgt het werk een mooie antracietkleur. 

Na ongeveer 15 tot 20 minuten kan het werkstuk uit de zaagselbak worden gehaald. Het werk wordt dan in een bak met koud water gedaan. Daarna wordt het werk schoon gemaakt met water en zeep en een sponsje om de zwarte aanslag te verwijderen.